Schoolvisie

Pedagogisch Project

Het kind centraal

In onze school willen we het kind centraal stellen. Het onderwijs- en opvoedkundig uitgangspunt is het kind zelf. Elk kind heeft zijn eigenheid en we willen het geven waar het recht op heeft: onderwijs op maat van het kind en dat aansluit bij zijn leefwereld.

Zelfstandigheid

Het is belangrijk een leeromgeving te creëren waarin kinderen uitgedaagd en gemotiveerd worden om, onder begeleiding van de leerkracht, zichzelf te ontplooien in alle facetten van hun ontwikkeling.

Ons onderwijs plaatst het kind centraal in het leerproces en stimuleert vervolgens al die activiteiten die bijdragen aan de ontwikkeling van de zelfstandigheid en zelfredzaamheid. Dit houdt in dat het leren met meer eigen verantwoordelijkheid en met meer eigen inbreng wordt gestuurd door onder andere:

  • de kinderen zelf te laten ontdekken welk leergedrag het best bij hen past;
  • het stimuleren van het actief, zelfontdekkend leergedrag;
  • het stimuleren van de samenwerking tussen de kinderen;
  • lesmateriaal te gebruiken waarmee kinderen zelf aan het werk kunnen.

Dit alles onder de motiverende en stimulerende begeleiding door de leerkracht in een leefklimaat waarin kinderen zich thuis kunnen voelen en waarin ze op een gelijkwaardige manier respectvol met elkaar en met hun leerkrachten omgaan.

De nadruk ligt op inzicht, verbanden leggen en het vormen van een eigen mening. Zo kunnen kinderen groeien in een kritische kijk naar zichzelf en naar de wereld.

Creativiteit

We bieden het kind kansen om zich creatief te ontplooien zowel op het verstandelijke, socio-emotionele als het muzische vlak. Enkele voorbeelden daarvan zijn:

  • creatief oplossen van problemen,
  • sociaal vaardig omgaan met anderen,
  • zich expressief uitdrukken in gesproken of geschreven taal,
  • zich muzisch uiten in beeld, drama, beweging of muziek.

Milieubewust

We willen onze kinderen natuur- en milieubewust opvoeden.

Inzichten in energieverbruik en afvalpreventie moeten leiden tot een bereidheid om er bewust en zuinig mee om te springen. Door waarnemend, handelend, genietend en respectvol om te gaan met de natuur en de omgeving streven we ernaar dat de kinderen zich daarvoor actief inzetten. De zorg voor dieren, planten en materialen staat daarbij centraal.

Geborgenheid

Een kind heeft nood aan geborgenheid. Het moet zich veilig en goed kunnen voelen in de eigen klasgroep, op de speelplaats en in de school. We spreken in onze school van 3 niveaus: kleuter, onderbouw (1, 2 en 3) en bovenbouw (4, 5 en 6). Uiteraard worden niveau-overstijgende activiteiten georganiseerd; kleuters, onder- en bovenbouw zijn immers alle drie een deel van één pedagogisch geheel.

We willen blijven werken aan een pedagogisch klimaat dat rekening houdt met de noodzaak aan geborgenheid en warme opvang. Het welbevinden van kinderen is onze eerste zorg. Het is een basisvoorwaarde om tot ontwikkelen en leren te komen.

Ouderbetrokkenheid en participatie

Vermits de ouders de eerste opvoeders zijn van de kinderen worden ze nauw betrokken bij het uitbouwen van de schoolwerking. Het lerarenteam en de directeur zijn de professionele begeleiders tijdens de schooluren. Dankzij een grote betrokkenheid van alle partijen zijn er minder gemiste kansen en kunnen wij samen beter school maken.

Zorgbreedte

Binnen het kader van de zogenaamde ‘zorgplicht’ willen we de ruimte benutten om ons onderwijs zo in te richten dat het aansluit bij de behoefte van de kinderen. Veel aandacht gaat daarbij naar het voorkomen van problemen door onderwijs- leersituaties aan te bieden op maat van elk kind. Bovendien wordt in de school bijkomende omkadering voorzien voor meer begeleiding van kinderen die nood hebben aan extra zorg. Hierbij wordt overleg gepleegd met de ouders.

De zorgbreedte is gesitueerd binnen het M-decreet.

Respect, verdraagzaamheid en gelijkheid

Leren omgaan met diversiteit is een verrijking en leidt tot verdraagzaamheid.

De school vertrekt vanuit een positieve erkenning van de verscheidenheid en wil waarden en overtuigingen die in de gemeenschap leven onbevooroordeeld samenbrengen door:

  • kinderen op een vaardige en prettige manier met elkaar te leren omgaan. Daarom wil de school werken aan sociale vaardigheden, aan een positieve groepssfeer, aan verdraagzaamheid … met bijzondere aandacht voor de kwetsbaren in onze maatschappij.
  • iedereen binnen de groep te accepteren en te respecteren. Eigenheid op het gebied van uiterlijke kenmerken, sociale achtergrond, cognitieve vaardigheden, interesses, … mogen hierbij geen rol spelen.

Regels en afspraken

Wij wensen een school ‘waar cultuur en natuur het halen op dressuur’.

Sleutelbegrippen voor een evenwichtige werking zijn duidelijkheid en consequent handelen. Goede afspraken en regels maken nodeloze ‘strengheid’ overbodig. Daarom worden de kinderen betrokken bij het bespreken en opstellen van afspraken rond de volgende drie basisregels:

  • respect voor mens en dier
  • respect voor de omgeving
  • veilig bewegen binnen en buiten het schoolgebouw.

Hierbij is belonen belangrijker dan straffen.

Open school – Brede school

 Het is belangrijk dat kinderen ervaren dat gezin, familie, school, vereniging, buurt… samen aan

hun toekomst werken. De school mag daarbij geen eiland vormen binnen die plaatselijke context. Daarom wil zij zich positief opstellen naar de lokale gemeenschap en ermee naar samenwerking streven. Dit kan zowel bij gestructureerd overleg als bij occasionele gelegenheden. Bovendien wil de school zich niet afsluiten van nieuwe maatschappelijke inzichten of ontwikkelingen maar daarbij bewust keuzes maken en klemtonen leggen.

Schoolconcept

1. Het kind centraal (aansluiting vinden)

1.1. Op het niveau van de kinderen

Elk kind is welkom met zijn of haar eigenheid en krijgt alle kansen om zijn kwaliteiten te ontplooien in een warme omgeving.
Kinderen krijgen tijd om te genieten, spelend te leren en lerend te spelen.

We organiseren een uitdagende en veilige leeromgeving voor elk kind.

1.2. Op het niveau van de leraren

De leraren besteden bewust aandacht aan de persoonlijke inbreng van het kind en trachten deze in te passen in het onderwijsaanbod.

Vertrekkend vanuit het kind en zijn leefwereld differentiëren we naar leerinhouden en werkvormen, met de ontwikkelingsdoelen en eindtermen als leidraad.

1.3. Op het niveau van de school

De school streeft naar een fysiek en emotioneel veilige klasomgeving.
We streven naar een veilige schoolomgeving waar het welbevinden van het kind centraal staat.

2. Zelfstandigheid (groeien in zelfredzaamheid en zelfsturing)

2.1. Op niveau van de kinderen

We stimuleren het kind in de ontwikkeling van zijn/haar zelfredzaamheid en zelfstandigheid.

  • De kinderen krijgen voldoende kansen om:
    • zelf te ontdekken welk leergedrag / leerhouding bij hen past
    • inzichten te verwerven
    • verbanden te leren leggen
    • een eigen mening te vormen
    • te leren samenwerken
    • te groeien in een kritische kijk op zichzelf en de wereld
    • eigen keuzes te kunnen maken
    • planmatig te leren werken via het gebruik van een agenda, stappenplannen, …

2.2. Op niveau van de leraren

  • Ze kennen de beginsituatie van de kinderen en de ontwikkelingsdoelen/ leerplandoelen
  • Het schoolteam begeleidt de kinderen op een motiverende, stimulerende manier in hun groei naar zelfstandigheid. De leraren bieden kansen aan de kinderen om verantwoordelijkheid te nemen en geven ze ruimte voor eigen initiatieven.
  • Ze bieden voldoende lesmaterialen aan waarmee de kinderen zelfstandig aan de slag kunnen.
  • Ze bieden realistische en haalbare opdrachten/ uitdagingen aan.
  • Ze zorgen voor afwisselende werkvormen om het zelfgestuurd werken en leren te stimuleren:
    • contractwerk
    • hoekenwerk
    • projectwerk
    • planmatig werken
    • coöperatieve leerstrategieën

2.3. Op het niveau van de school

De school organiseert geregeld klasoverstijgende projecten, één- en meerdaagse uitstappen, feestelijkheden, enzovoort, die bijdragen tot de zelfontplooiing van de kinderen.

3. Creativiteit (creativiteit uitdagen)

  • Creativiteit is een belangrijke sleutel binnen alle ontwikkelingsdomeinen en in alle aspecten zoals bij:
  • het zelfontdekkend en zelfsturend bezig zijn
  • het bedenken van eigen oplossingen
  • het experimenteren en improviseren
  • het toepassen van kennis en vaardigheden in uiteenlopende en nieuwe situaties
  • We besteden veel aandacht aan de reflecties op en de evaluaties van het proces en het product.

 

3.1. Op niveau van de kinderen

Kinderen krijgen de kans hun eigen interesses en talenten te ontdekken, te ontplooien en te tonen in verschillende gebieden:

  • het sociaal-emotionele
  • het cognitieve
  • het muzische

3.2. Op niveau van de leraren

In alle leergebieden en projecten voorzien de leerkrachten in hun aanbod voldoende tijd en ruimte voor

  • verschillende werkvormen
  • verschillende materialen en technieken
  • vrijheid en veiligheid

om de ontwikkeling van interesses, talenten en creativiteit te bevorderen.

Daarnaast dienen leraren aandacht te hebben voor het oefenen van bepaalde technieken en vaardigheden die kinderen nodig hebben om zich creatief te kunnen uiten.

 3.3. Op niveau van de ouders

  • Talenten van de ouders kunnen benut worden in projecten via ouderparticipatie.
  • Via tentoonstellingen en oudercontacten tonen we de schoolvisie met betrekking tot creativiteit.

4. Milieubewustzijn (natuur en cultuur beleven en begrijpen)

4.1. Op niveau van het kind

  • Door waarnemend, handelend, genietend en respectvol om te gaan met de natuur en de omgeving zetten de kinderen zich actief in voor het milieu, de natuur en hun leefomgeving.
  • De zorg voor de dieren in de kinderboerderij, voor de planten in de schooltuin en de werkmaterialen, staat centraal.
  • Doordat de kinderen leven en leren in een duurzame school kennen ze het belang van een bewust energieverbruik en afvalpreventie.  Zo leren ze er bewust en zuinig mee om te springen.

4.2. Op niveau van de leraren

  • In het correct en consequent omgaan met de omgeving, de dieren en de natuur hebben de leraren een belangrijke voorbeeldfunctie.
  • De leraren verhogen het milieubewust zijn van de kinderen door met hen geregeld in de tuin te werken, te composteren, de dieren te verzorgen, …
  • De leraren staan open voor vorming rond milieuzorg en nieuwe ecologische technologieën in en om de school.

 4.3. Op het niveau van de school

  • Cultuur en natuur gaan hand in hand en krijgen de nodige aandacht: beleven en begrijpen.
  • Een thematische aanpak en projectwerk zijn pijlers van onze werking.
  • De ligging in het park, de specifieke architectuur en de duurzaamheid van het schoolgebouw zijn uitgangspunten voor een natuur- en milieubewuste opvoeding.

5. Geborgenheid (veiligheid bieden)

  • We streven een gemoedelijk contact na tussen de leerlingen, de leraren en de ouders om iedereen, maar vooral de kinderen een veilig en geborgen gevoel te geven.
  • We stellen de organisatie en structuur van het hele schoolgebeuren in het teken van aandacht voor elkaar. Concreet betekent dit:

5.1. Op niveau van de kinderen

  •  Oudere kinderen dragen zorg voor de jongere; o.a. via peter- en meterschap.
  • De kinderen kunnen met hun persoonlijk verhaal steeds terecht bij een leraar of de directeur.
  • Kinderen mogen zich uitdrukken in hun moedertaal als dit nodig is, bijvoorbeeld wanneer ze gevoelens willen verwoorden.

5.2. Op niveau van de leraren

  •  Oog hebben voor het welbevinden van de kinderen en van elkaar.
  • De goede sfeer bevorderen via een open communicatie.

5.3. Op niveau van de ouders

  • De ouders voelen zich welkom op school.
  • De ouders kunnen de kinderen in een veilige en geborgen omgeving brengen en afhalen.

5.4. Op niveau van de school

  • Een duidelijke structuur en geborgenheid aanbieden door een onderverdeling te maken in drie niveaus: het kleutergedeelte, de onderbouw (1,2 en 3) en de bovenbouw (4,5 en 6).
  • We voorzien plekken om tot rust te komen.
  • We organiseren niveau-overstijgende activiteiten om leerlingen meer vertrouwd te maken met elkaar. Kleuters, onder- en bovenbouw zijn immers alle drie deel van één pedagogisch geheel.

6. Ouderbetrokkenheid en -participatie (samen school maken)

  • We streven een maximale betrokkenheid en participatie na van de ouders met betrekking tot het schoolgebeuren.
  • We zijn een open school, waar alle ouders zich welkom voelen en met hun talenten de school mee kunnen ondersteunen. Enkel zo kan de school een ware afspiegeling worden van de maatschappij. Dit kan op twee manieren worden bereikt:
    – enerzijds zijn er de geijkte wegen, namelijk oudercontacten en de oudervereniging (dat een overlegorgaan is tussen school, ouders en schoolbestuur).
    – anderzijds worden de ouders ook aangemoedigd om op een meer informele manier mee te werken aan de school.
  • We realiseren een open en eerlijke communicatie tussen ouders en school.
  • We spelen in op de kwaliteiten en capaciteiten van ouders om onze schoolwerking te verruimen.

7. Zorg (kunnen groeien)

Met zorg bedoelen we alle (leer)activiteiten die als doel hebben het aanbod en de werkvormen aan te passen aan de individuele behoeften van elk kind.

Dit betekent dat we alle kinderen zorgvuldig begeleiden en oog hebben voor de kinderen die op één of andere manier extra zorg behoeven. We houden rekening met het M-decreet (redelijke aanpassingen na overleg met ouders en schoolteam).

 7.1. Op het niveau van de leerlingen:

  • Door het creëren van een positief leerklimaat waarin welbevinden en betrokkenheid heel belangrijk zijn, kunnen kinderen gemakkelijker gemotiveerd worden en blijven. Hierdoor verkleinen we de risico’s op leer- en ontwikkelingsachterstand.
  • Voor kinderen met een ontwikkelingsachterstand worden, indien nodig, maatregelen genomen. Dit betekent dat ze individueel gebruik mogen maken van hulpmiddelen, dat ze eigen leerlijnen mogen volgen, dat ze apart mogen worden geëvalueerd. Dit alles gebeurt in overleg met de ouders en het CLB.
  • We hebben ook aandacht voor de kinderen die een ontwikkelingsvoorsprong hebben. Wij bieden hen gepaste activiteiten aan.
  • Voor anderstalige kinderen voorzien we extra taalaanbod.

7.2. Op het niveau van de leraren

  • De zorg is duidelijk en gestructureerd en wordt vooral op klasniveau toegepast.
  • De leraren proberen problemen te voorkomen door het creëren van een veilig klasklimaat.
  • Afhankelijk van de noden van het kind wordt er gedifferentieerd. Dit betekent dat er vereenvoudigde, maar ook moeilijkere oefenstof wordt aangeboden.
  • De klastitularis is en blijft de spilfiguur in de zorgwerking, ondersteund door het zorgteam. De leraren krijgen voldoende kansen om zich bij te scholen op het vlak van de leerzorg.

7.3. Op het niveau van de school

  • De school communiceert helder en met een open visie met de ouders. Van de ouders verwachten we eveneens een open communicatie.
  • Er is een goede doorstroming van informatie over de kinderen van de eerste kleuterklas t.e.m. het 6e leerjaar. Volgsystemen en leerlingendossiers zijn hierbij de aangewezen middelen.
  • De zorgcoördinator coördineert de zorgwerking en het zorgteam dat gevormd wordt door de zorgleerkracht, de GON-leerkracht en de directie.
  • Het CLB en andere mogelijke externen (kinesisten, logopedisten, psychologen…) bieden extra ondersteuning indien nodig.

 8. Respect, verdraagzaamheid en gelijkwaardigheid (authentiek kunnen zijn)

8.1. Op niveau van de kinderen

  • Het is belangrijk dat begrippen als ‘respect’, ‘verdraagzaamheid’ en ‘gelijkwaardigheid’ concreet worden ingevuld, zodat leerlingen weten wat er van hen verwacht wordt.
  • Wie zichzelf niet respecteert, kan ook geen respect opbrengen voor de ander, voor het milieu, de dieren, materialen, …
  • De kinderen ontdekken dat samenwerken een meerwaarde betekent.
    Zo ervaren leerlingen dat diversiteit bestaat en accepteren ze dat iedereen sterke en minder sterke kanten heeft.
  • Met het oog op het ontwikkelen van zelfredzaamheid leren kinderen problemen en conflicten zelf aan te pakken.
  • De kinderen ontwikkelen een respectvolle en verdraagzame attitude zowel binnen als buiten de school.

8.2. Op niveau van de leraren

  • De schoolteamleden hebben een belangrijke voorbeeldfunctie. Ze zijn zich bewust van hun invloed op het gedrag van de kinderen. Respect, verdraagzaamheid en gelijkwaardigheid zijn waarden die in ieders houding aanwezig moeten zijn.
  • Opvolgen en begeleiden van de kinderen op het socio-emotionele vlak.

8.3. Op het niveau van de school

  • We gebruiken didactische methodieken om preventief te werken in functie van respect, verdraagzaamheid en gelijkwaardigheid. Enkele voorbeelden hiervan zijn: afspraken maken rond het sociaalvaardig en gespreksvaardig maken van kinderen, een pestpreventieplan, enzovoort.

9. Regels en afspraken (samen leven)

  • Regels en afspraken staan ten dienste van de kinderen; de kinderen zijn niet ondergeschikt aan de regels en afspraken.
  • Duidelijke regels en afspraken ontwikkelen en naleven is erg belangrijk, zowel voor kinderen als voor leraren en ouders.
  • Regels en afspraken maken rond de volgende 3 basisregels:
    • respect voor mens en dier
    • respect voor de omgeving
    • veilig bewegen binnen en buiten het schoolgebouw.

 9.1 Op niveau van de kinderen

  • Duidelijke regels en afspraken opstellen, visualiseren en regelmatig herhalen. Het is belangrijk dat de kinderen het nut van de regels en afspraken inzien. Door ze te betrekken bij de ontwikkeling ervan, zullen zij deze beter begrijpen.
  • Een aantal regels en afspraken worden gemaakt op schoolniveau, andere op klasniveau.
  • Regelmatig evalueren we regels en afspraken en vanuit acute situaties plaatsen we sommige ervan in de kijker.
  • Heldere regels en afspraken zorgen ervoor dat elk kind kan groeien en ontwikkelen.

 9.2 Op niveau van de leraren

  • Consequent opvolgen van regels en afspraken en elkaar daarbij op een respectvolle wijze blijven stimuleren is essentieel. Ieder teamlid heeft een belangrijke voorbeeldfunctie ten aanzien van kinderen, collega’s en ouders.
  • Positief motiveren en belonen van kinderen zijn essentiële uitgangspunten.
  • Bij overtreden of niet naleven van regels en afspraken horen gezamenlijk overlegde, zinvolle sancties.
  • Bij bestraffing houden we rekening met de persoonlijkheid, de problematiek en de sociale achtergrond van ieder individueel kind.

9.3 Op niveau van de ouders

  • We informeren ouders over alle regels en afspraken.
  • De ouders respecteren en onderschrijven de schoolvisie m.b.t. regels en afspraken.
  • Ze volgen de regels en afspraken ook bij het begeleiden van een schoolgroep tijdens buitenschoolse activiteiten.

10. Open school – brede school (samenwerken met de omgeving)

Een Brede School is een samenhangend netwerk van toegankelijke en goede voorzieningen voor kinderen, jongeren, gezinnen, volwassenen en senioren met de school als middelpunt. Inhoudelijke samenwerking tussen scholen en andere instellingen is hét kenmerk van brede scholen. De onmiddellijke omgeving is de eerste verbreding van de schoolse leer- en leefwereld.

10.1. Op niveau van de kinderen

10.1.1. De school met de omgeving:

  • De kinderen maken kennis met de wereld via hun onmiddellijke omgeving zoals de tuin, de dieren, het parkgebied, Mortsel, Antwerpen, maar ook met de bibliotheek, het stadhuis, het cultureel centrum, de academies.
  • De kinderen krijgen kansen om kennis te maken met sport- en jeugdwerk.
  • Kinderen maken kennis met de erkende levensbeschouwingen door onder andere verschillende ontmoetings- en gebedshuizen te bezoeken.

10.1.2. De omgeving met de school:

  • De school kan een deel van haar infrastructuur ter beschikking stellen aan verschillende clubs en verenigingen.

10.2. Op het niveau van de leraren

Leraren nodigen externen uit of gaan met hun klas bij hen op bezoek om expertise uit de onmiddellijke omgeving in de school- en klaswerking te integreren.

10.3. Op het niveau van de school

  • Op sociaal vlak zoekt en onderhoudt de school contacten met doelgroepen zoals andersvaliden, bejaarden. Hiervoor organiseert ze verschillende activiteiten en wederzijdse bezoeken.
  • Op cultureel vlak laat de school activiteiten aanbieden door culturele verenigingen zowel binnen als buiten de schooluren.
  • Op maatschappelijk vlak worden activiteiten georganiseerd waarmee externe deskundigheid in de school wordt gebracht.
  • Samenwerking met de buitenschoolse kinderopvang is mogelijk.
  • De school neemt deel aan inter- en multiculturele projecten of organiseert er zelf.
  • De school maakt haar open beleid kenbaar via de beschikbare media.

Schoolreglement

2     Het schoolreglement

2.1     Algemene bepalingen

Artikel 1

Het schoolreglement regelt de verhouding tussen leerlingen en hun ouders enerzijds en de school/het schoolbestuur anderzijds.

Artikel 2

De ouders ondertekenen het schoolreglement, de infobrochure en het pedagogisch project van de school voor akkoord. Dit is een inschrijvingsvoorwaarde.

Het schoolreglement wordt door de directeur bij elke inschrijving van een leerling ter beschikking gesteld, met toelichting indien de ouders dit wensen. Dit kan ofwel een papieren exemplaar zijn, ofwel digitaal, zoals de ouders het verkiezen. Bij elke wijziging van het schoolreglement informeert de directeur de ouders schriftelijk of via elektronische drager en met toelichting, indien de ouders dit wensen. De ouders verklaren zich opnieuw schriftelijk akkoord. Indien de ouders zich niet akkoord verklaren met de wijziging, wordt aan de inschrijving van het kind een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar. De school vraagt de ouders of ze ook een papieren versie van het schoolreglement en/of eventuele wijzigingen wensen en stelt deze ter beschikking.

Artikel 3

Dit schoolreglement eerbiedigt de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder.

Artikel 4

Voor de toepassing van dit schoolreglement wordt verstaan onder:

1°   Aangetekend: met aangetekende brief of tegen afgifte van een gedateerd ontvangstbewijs.

2°   Extra-murosactiviteiten: activiteiten van één of meer schooldagen die plaatsvinden buiten de schoolmuren en worden   georganiseerd voor één of meer leerlingengroepen.

3°   Klassenraad: team van personeelsleden dat onder leiding van de directeur samen de verantwoordelijkheid draagt of zal dragen voor de begeleiding van en het onderwijs aan een bepaalde leerlingengroep of individuele leerling.

4°   Leerlingen: de kinderen die regelmatig zijn ingeschreven in de basisschool.

5°   Regelmatige leerling

voldoet aan de toelatingsvoorwaarden of wijkt hiervan wettelijk af
is slechts in één school ingeschreven, behalve als het kind ingeschreven is in een ziekenhuisschool (type 5)
is aanwezig en neemt deel aan de onderwijsactiviteiten, behalve bij gewettigde afwezigheid of wettelijke vrijstelling (deelname aan een taalbad wordt als zodanig beschouwd)
6°   Toelatingsvoorwaarden:

Om toegelaten te worden in het kleuteronderwijs moet een kind ten minste twee en een half jaar oud zijn. Als een kleuter, op het moment van de inschrijving nog geen drie jaar is, kan hij in het basisonderwijs slechts toegelaten worden op één van de volgende instapdagen:

de eerste schooldag na de zomervakantie;
de eerste schooldag na de herfstvakantie;
de eerste schooldag na de kerstvakantie;
de eerste schooldag van februari;
de eerste schooldag na de krokusvakantie;
de eerste schooldag na de paasvakantie;
de eerste schooldag na Hemelvaart.
Om in het lager onderwijs toegelaten te worden, moet een leerling zes jaar zijn vóór 1 januari van het lopende schooljaar. De leerling moet ook het voorgaande schooljaar ingeschreven zijn geweest in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en in dat voorgaande jaar ten minste 220 halve dagen aanwezig zijn geweest.

Als de kleuter geen 220 halve dagen of meer aanwezig is geweest, dan moet de klassenraad zijn toelating geven om te kunnen starten in het lager onderwijs

De beslissing en motivatie wordt aan de ouders meegedeeld uiterlijk 10 schooldagen na de eerste schooldag van september of de inschrijving.

Uitzonderingen:

Een leerling die een jaar te vroeg wil instappen in het lager onderwijs (5 jaar ten laatste op 31 december van het lopende schooljaar) wordt enkel ingeschreven, na advies van het CLB en na toelating van de klassenraad. Het beslissingsrecht van de ouders vervalt hier.

De beslissing en motivatie wordt aan de ouders meegedeeld uiterlijk 10 schooldagen na de eerste schooldag van september of de inschrijving.

Voor zij-instromers van 7 jaar of ouder gelden de bovenstaande voorwaarden niet.

Verworven inschrijving: De inschrijving van een leerling in een school geldt voor de duur van de hele schoolloopbaan (=gegarandeerde schoolloopbaan) in die school tenzij er bij beslissing van het schoolbestuur of de ouders, en uiteraard steeds in toepassing van de regelgeving, tot uitschrijving wordt overgegaan.

Overgang kleuter – lager:
Vermits onze kleuterafdeling en lagere schoolafdeling gelegen zijn op één campus (binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen) en horen tot eenzelfde schoolbestuur wordt er gekozen voor een automatische doorstroming tussen het kleuter- en lager onderwijs (= een verticale doorstroom). (Parkschool)

 

8°  Leerlingengroep: een aantal leerlingen dat samen voor een bepaalde periode eenzelfde opvoedings- of onderwijsactiviteit volgt.

9°   Ouders: de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de   minderjarige onder hun bewaring hebben.

10°  Pedagogisch project: het geheel van de fundamentele uitgangspunten dat door een schoolbestuur voor een school en haar werking wordt bepaald.

11°   School: het pedagogisch geheel, waar onderwijs wordt georganiseerd en dat onder leiding staat van de directeur.

12°  Schoolbestuur: de inrichtende macht die verantwoordelijk is voor de sch(o)ol(en) van de gemeente, nl. de gemeenteraad. Inzake daden van dagelijks beheer is het college van burgemeester en schepenen bevoegd.

13°  Schoolraad: is een officieel inspraakorgaan waarin ouders, personeel, en personen van de lokale gemeenschap vertegenwoordigd zijn.

14°   Werkdag: weekdagen van maandag tot vrijdag, met uitzondering van feestdagen en dagen die vallen tijdens de herfst-, kerst-, krokus- en paasvakantie.

15°    Schooldag: een dag waarop leerlinggebonden activiteiten georganiseerd zijn, met uitzondering van zaterdag, zondag en de schoolvakanties.

2.2   Engagementsverklaring

2.2.1   Oudercontacten

De school organiseert op geregelde tijdstippen oudercontacten. De ouders en de school zelf kunnen op eigen initiatief bijkomende oudercontacten voorstellen.
De ouder(s) woont (wonen) de oudercontacten bij.

In de infobrochure staan de concrete data.

2.2.2   Voldoende aanwezigheid

De ouders zorgen ervoor dat hun kind elke schooldag en op tijd naar school komt.

2.2.3   Deelnemen aan individuele begeleiding

Sommige kinderen hebben nood aan een individuele begeleiding. Voor kinderen die daar nood aan hebben, werkt de school vormen van individuele ondersteuning uit en ze maakt daarover afspraken met de ouders zoals voorzien in het zorg- en gelijke onderwijskansenbeleid van de school.
De ouders ondersteunen op een positieve manier de maatregelen die in samenspraak genomen zijn.

2.2.4   Nederlands is de onderwijstaal van de school

Ouders moedigen hun kind(eren) aan om Nederlands te leren.
Ouders ondersteunen de initiatieven en de maatregelen die de school neemt om de eventuele taalachterstand van hun kind(eren) weg te werken.

2.3   Sponsoring

1 De school werkt voor het bereiken van de eindtermen en het nastreven van ontwikkelingsdoelen met de middelen die door de Vlaamse Gemeenschap en door het schoolbestuur ter beschikking worden gesteld.
2 Om de bijdragen van de ouders voor niet-eindtermgebonden onderwijskosten te beperken, kan de school gebruik maken van geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning door derden.
3 Dergelijke ondersteuning in de vorm van mededelingen die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel hebben de verkoop van producten of diensten te bevorderen, kan enkel in geval van facultatieve activiteiten en na overleg in de schoolraad.
4 De school zal in geval van dergelijke ondersteuning enkel vermelden dat de activiteit of een deel van de activiteit ingericht werd door middel van een gift, een schenking, een gratis prestatie of een prestatie verricht onder de reële prijs door een bij name genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging.
5 De bedoelde mededelingen kunnen enkel indien:
1°   deze mededelingen verenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taken en doelstellingen van de school;

2°   deze mededelingen de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van de school
niet in het gedrang brengen.

6 In geval van vragen of problemen met betrekking tot de geldelijke of niet-geldelijke ondersteuning door derden, richt men zich tot het schoolbestuur.
2.4   Kostenbeheersing

2.4.1   Kosteloos

Het schoolbestuur vraagt geen direct of indirect inschrijvingsgeld.
Het schoolbestuur vraagt geen bijdrage voor onderwijs gebonden kosten die noodzakelijk zijn om een eindterm te realiseren of een ontwikkelingsdoel na te streven.

De school biedt volgende materialen gratis ter beschikking, maar ze blijven eigendom van de school. Als ze gebruikt worden voor huistaken, gelden volgende afspraken: bij verlies of beschadiging kan er een vergoeding gevraagd worden.

Lijst met materialen Voorbeelden
Bewegingsmateriaal Ballen, touwen, (klim)toestellen, driewielers, …
Constructiemateriaal Karton, hout, hechtingen, gereedschap, katrollen, tandwielen, bouwdozen, …
Handboeken, schriften, werkboeken en -blaadjes, fotokopieën, software
ICT-materiaal Computers inclusief internet, tv, radio, telefoon,…
Informatiebronnen (Verklarend) woordenboek, (kinder)krant, jeugdencyclopedie, documentatiecentrum, cd-rom, dvd, klank- en beeldmateriaal, …
Kinderliteratuur Prentenboeken, (voor)leesboeken, kinderromans, poëzie, strips, …
Knutselmateriaal Lijm, schaar, grondstoffen, textiel, …
Leer- en ontwikkelingsmateriaal Spelmateriaal, lees- en rekenmateriaal, denkspellen, materiaal voor socio-emotionele ontwikkeling, …
Meetmateriaal Lat, graadboog, geodriehoek, tekendriehoek, klok (analoog en digitaal), thermometer, weegschaal, …
Multimediamateriaal Audiovisuele toestellen, fototoestel, dvd-speler, tablet …
Muziekinstrumenten Trommels, fluiten, …
Planningsmateriaal Schoolagenda, kalender, dagindeling, …
Schrijfgerief Potlood, pen, …
Tekengerief Stiften, kleurpotloden, verf, penselen, …
Verkeersveiligheidsmateriaal Fluohesjes
Communicatiemiddel Heen – en weerkaftje/bakje
Atlas, globe, kaarten, kompas, passer, tweetalige alfabetische woordenlijst, zakrekenmachine

 

2.4.2   Scherpe maximumfactuur

Het schoolbestuur kan echter een beperkte bijdrage vragen voor kosten die ze maakt om de eindtermen en de ontwikkelingsdoelen te verlevendigen.Dit gebeurt steeds na overleg met de schoolraad.

Het gaat over volgende bijdragen:

de toegangsprijs voor het zwembad, met uitzondering van de leerlingengroep waarvoor   de toegangsprijs door de Vlaamse
Gemeenschap wordt gedragen.
de toegangsprijs bij pedagogisch-didactische uitstappen;
de deelnamekosten bij eendaagse extra-murosactiviteiten;
de vervoerskosten bij pedagogisch-didactische uitstappen, eendaagse extra-murosactiviteiten en zwemmen, met uitzondering van de leerlingengroep waarvoor de vervoerkosten naar het zwembad door de Vlaamse Gemeenschap worden gedragen;
de aankoopprijs van turn- en zwemkledij;
de kosten voor occasionele activiteiten, projecten en feestactiviteiten;
…..
Maximumbijdrage per schooljaar (geïndexeerd):

kleuters: 45 euro

leerling lager onderwijs: 85 euro

2.4.3   Minder scherpe maximumfactuur

Voor meerdaagse extra-murosactiviteiten kan enkel in de lagere school een bijdrage gevraagd worden. Dit gebeurt na overleg met de schoolraad. Deze bijdrage mag maximaal 435 euro bedragen voor de volledige schoolloopbaan lager onderwijs. De stand van de maximumfacturen kan opgevraagd worden op het schoolsecretariaat.

2.4.4   Bijdrageregeling

De school biedt diensten en materialen aan tegen betaling.

Voorbeelden:

vervoer en deelname aan buitenschoolse activiteiten (o.a. Stichting Vlaamse Schoolsport)
voor-, middag- en nabewaking
dranken
abonnementen voor tijdschriften
nieuwjaarsbrieven
klasfoto’s
…..
Zie infobrochure van de school.

De ouders kiezen of ze hier gebruik van maken of niet. De school gebruikt deze materialen/diensten niet in haar activiteiten en lessen.

2.4.5   Basisuitrusting

De school verwacht dat de leerlingen over basismateriaal beschikken.

Voorbeelden:

brooddoos
drinkbus
boekentas
turnkledij,
…..
Zie infobrochure van de school.

2.4.6   Betalingen

Door de school wordt er maandelijks een schoolrekening per leerling opgemaakt die binnen de 20 dagen betaald moet worden. Hetzij met een overschrijving via de bank hetzij contant aan de directeur. Ouders, waarvoor de betaling van de schoolrekening problemen oplevert, nemen contact op met de directeur. Bij niet-betaling, na de tweede rappel, wordt er een procedure opgestart door het stadsbestuur.

2.5   Extra-murosactiviteiten

Extra-murosactiviteiten zijn activiteiten van één of meerdere schooldagen die plaats vinden buiten de schoolmuren en worden georganiseerd voor één of meer leerlingengroepen. De school streeft ernaar dat alle leerlingen deelnemen aan de extra-murosactiviteiten, aangezien ze deel uitmaken van het leerprogramma. De ouders worden tijdig geïnformeerd over de geplande extra-murosactiviteiten.
Ouders hebben echter het recht om hun kinderen niet mee te laten gaan op extra-murosactiviteiten van een volledige dag of meer. Ze moeten deze weigering schriftelijk kenbaar maken aan de school.Als de leerling niet deelneemt, moet de leerling toch op school aanwezig zijn. Voor deze leerlingen voorziet de school een aangepast programma.

Activiteiten die volledig buiten de schooluren georganiseerd worden, vallen hier niet onder.

2.6   Huiswerk, agenda’s, rapporten, evaluatie en schoolloopbaan

2.6.1   Huiswerk

Zie infobrochure van de school.

2.6.2   Agenda (lager) en heen-en-weerkaftje/bakje (kleuter)

Zie infobrochure van de school.

2.6.3   Evaluatie en rapport (lagere school)

Zie infobrochure van de school.

2.6.4   Schoolloopbaan

Op voorwaarde dat aan alle toelatingsvoorwaarden voldaan is, nemen de ouders van de leerling de eindbeslissing inzake:
– de overgang van kleuter- naar lager onderwijs, na kennisneming van en toelichting bij de adviezen van de klassenraad en van het CLB;
– het volgen van een achtste leerjaar lager onderwijs, na kennisneming van en toelichting bij het gunstig advies van de klassenraad en advies van het CLB.
Een leerling die een jaar te vroeg wil instappen in het lager onderwijs (5 jaar ten laatste op 31 december van het lopende schooljaar) wordt enkel ingeschreven, na advies van het CLB en na toelating van de klassenraad. Geeft de klassenraad geen toelating, dan vervalt het beslissingsrecht van de ouders.
Een school die beslist het leerproces van een leerling te onderbreken door deze leerling het aanbod van het afgelopen schooljaar gedurende het daaropvolgende schooljaar nogmaals te laten volgen, neemt deze beslissing na overleg met het CLB. De beslissing wordt aan de ouders schriftelijk gemotiveerd en mondeling toegelicht. De school deelt mee welke bijzondere aandachtspunten er in het daaropvolgende schooljaar voor de leerling zijn.
2.7     Afwezigheden en te laat komen

2.7.1     Afwezigheden

Zowel voor kleuters als voor leerlingen lager onderwijs is een voldoende aanwezigheid noodzakelijk voor een vlotte schoolloopbaan.

1 Kleuteronderwijs
Afwezigheden worden telefonisch of schriftelijk meegedeeld aan de leerkracht of aan de directeur bij voorkeur voor de start van de schooldag. Er is geen medisch attest nodig voor afwezigheden van kleuters. Voor een leerplichtige leerling die nog een jaar in het kleuteronderwijs doorbrengt, gelden de regels van het lager onderwijs. (zie ook hoofdstuk 1 art. 4 § 6)

2 Lager onderwijs
De ouders melden de hieronder vermelde afwezigheden ook telefonisch aan het schoolsecretariaat op de eerste dag van de afwezigheid en dit voor 9 uur.

1°   Afwezigheid wegens ziekte:
Bij een afwezigheid wegens ziekte van maximaal drie opeenvolgende kalenderdagen bezorgen de ouders aan de leerkracht op de eerste dag dat de leerling terug naar school komt een ondertekend ziekteattest. Deze code Z-kaart wordt in viervoud in het begin van het schooljaar met de leerlingen meegegeven. Krijgt je kind geen code-Z-kaart, dan zullen in de schoolagenda’s 4 invulstrookjes voorzien zijn voor melding van afwezigheden wegens ziekte. Deze attesten vermelden telkens de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de einddatum.
Indien tijdens het schooljaar al vier maal van deze mogelijkheid gebruik werd gemaakt, is een medisch attest vereist.
Bij een afwezigheid wegens ziekte van meer dan drie opeenvolgende kalenderdagen is steeds een medisch attest (doktersbriefje) verplicht.

2°   Afwezigheid van rechtswege:
Bij een afwezigheid van rechtswege bezorgen de ouders aan de directeur of de groepsleerkracht een ondertekende verklaring of een officieel document. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum.
Het gaat om volgende gevallen:

het bijwonen van een familieraad;
het bijwonen van een begrafenis- of huwelijksplechtigheid van een persoon die onder hetzelfde dak woont als de leerling of van een bloed- of aanverwant van de leerling;
de oproeping of dagvaarding voor de rechtbank;
het onderworpen worden aan maatregelen in het kader van de bijzondere jeugdzorg en de jeugdbescherming;
de onbereikbaarheid of ontoegankelijkheid van de school door overmacht;
het beleven van feestdagen die inherent zijn aan de door de grondwet erkende levensbeschouwelijke overtuiging van een leerling;
het actief deelnemen in het kader van een individuele selectie of lidmaatschap van een vereniging als topsportbelofte aan sportieve manifestaties. De leerling heeft recht op maximaal 10 (al dan niet gespreide) halve schooldagen per schooljaar.
3°   Afwezigheid mits voorafgaandelijke toestemming van de directeur:
Bij een afwezigheid met toestemming van de directeur bezorgen de ouders aan de directeur een ondertekende verklaring of een officieel document. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum.

4°   Afwezigheid wegens verplaatsingen van de trekkende bevolking:
In uitzonderlijke omstandigheden kan de afwezigheid van kinderen van binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners gewettigd zijn om de ouders te vergezellen tijdens hun verplaatsingen.
De afspraken over de modaliteiten aangaande het onderwijs op afstand en aangaande de communicatie tussen de school en de ouders worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de directeur en de ouders.

5°  Afwezigheden voor topsport voor de sporten tennis, zwemmen en gymnastiek mits toestemming van de directie:
Deze categorie afwezigheden kan slechts worden toegestaan voor maximaal zes lestijden per week (verplaatsingen inbegrepen) en kan enkel als de school voor de betrokken topsportbelofte over een dossier beschikt dat volgende elementen bevat:

een gemotiveerde aanvraag van de ouders;
een verklaring van een bij de Vlaamse sportfederatie aangesloten sportfederatie;
een medisch attest van een sportarts verbonden aan een erkend keuringscentrum van de Vlaamse Gemeenschap;
een akkoord van de directie.
6° Afwezigheden omwille van revalidatie tijdens de lestijden:

a) de afwezigheid omwille van revalidatie na ziekte of ongeval, en dit gedurende maximaal 150 minuten per week, verplaatsing inbegrepen.
Om een beslissing te kunnen nemen, moet de school beschikken over een dossier dat minstens de volgende elementen bevat:
een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lestijden moet plaatsvinden;
een medisch attest waaruit de noodzakelijkheid, de frequentie en de duur van de revalidatie blijkt;
een advies, geformuleerd door het CLB, na overleg met de klassenraad en de ouders;
een toestemming van de directeur voor een periode die de duur van de behandeling, vermeld in het medisch attest, niet kan
overschrijden.
Uitzonderlijk kunnen de 150 minuten overschreden worden, mits gunstig advies van de arts van het CLB, in overleg met de
klassenraad en de ouders.

b) de afwezigheid gedurende maximaal 150 minuten per week, verplaatsing inbegrepen voor de behandeling van een stoornis die is vastgelegd in een officiële diagnose.
Om een beslissing te kunnen nemen, moet de school beschikken over een dossier dat ten minste de volgende elementen bevat:
* een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lestijden moet plaatsvinden;
* een advies, geformuleerd door het CLB in overleg met de klassenraad en de ouders;
* een samenwerkingsovereenkomst tussen de school en de revalidatieverstrekker. De revalidatieverstrekker bezorgt op het   einde van elk schooljaar een evaluatieverslag;
* een toestemming van de directeur, die jaarlijks vernieuwd en gemotiveerd moet worden, rekening houdend met het evaluatieverslag waarvan sprake in punt 3).
In uitzonderlijke omstandigheden en mits gunstig advies van het CLB in overleg met de klassenraad en de ouders, kan de maximumduur van 150 minuten voor leerplichtige kleuters uitgebreid worden tot 200 minuten, verplaatsing inbegrepen.

Voor leerlingen die vallen onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 betreffende de integratie van leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke handicap in het gewoon lager en secundair onderwijs kan de afwezigheid maximaal 250 minuten per week bedragen, verplaatsing inbegrepen.

7 Problematische afwezigheden

Alle afwezigheden die niet zijn opgesomd of niet kunnen worden gewettigd zoals beschreven onder § 2 worden ten aanzien van de leerling beschouwd als problematische afwezigheden. Ook afwezigheden gewettigd door een twijfelachtig medisch attest, met name de ‘dixit’ -attesten, geantidateerde attesten en attesten die een niet-medische reden vermelden, worden als problematische afwezigheden beschouwd.

In deze gevallen zal de directeur contact opnemen met de ouders. De ouders kunnen deze afwezigheid alsnog wettigen. Vanaf meer dan tien halve schooldagen problematische afwezigheden heeft de school een meldingsplicht ten opzichte van het CLB. Het CLB voorziet begeleiding voor de betrokken leerling, in samenwerking met de school.

2.7.2   Te laat komen

1 Kinderen moeten op tijd op school zijn. Een kleuter of leerling die toch te laat komt, moet steeds door de ouders of de volwassen begeleider tot in de klas gebracht worden.
De ouders worden bij herhaaldelijk te laat komen van hun kind gecontacteerd door de directie / leerkracht.
2 In uitzonderlijke gevallen kan een leerling die daarvoor een gewettigde reden heeft, de school voor het einde van de schooldag verlaten. Dit kan enkel na toestemming van de directeur.
2.8 Schending van de leefregels, preventieve schorsing,
tijdelijke en definitieve uitsluiting

2.8.1   Leefregels

Ouders stimuleren hun kind om de leefregels van de school na te leven.

Zie infobrochure van de school.

2.8.2   Schending van de leefregels en ordemaatregelen

Indien een leerling door zijn gedrag de leefregels schendt of de goede orde in de school in het gedrang brengt, kunnen maatregelen worden genomen.
Deze maatregelen kunnen zijn:
* een mondelinge opmerking;
* een schriftelijke opmerking in de schoolagenda of de heen-en-weerschrift die de ouders ondertekenen voor gezien;
* een extra taak die de ouders ondertekenen voor gezien;
* …
Deze opsomming sluit niet uit dat een andere maatregel wordt genomen, aangepast aan het onbehoorlijk gedrag van de leerling. Deze maatregelen kunnen worden genomen door de directeur of elk personeelslid van de school met een kindgebonden opdracht.

Meer verregaande maatregelen kunnen zijn:
* Een gesprek tussen de directeur en de betrokken leerling. De directeur maakt hiervan melding in de schoolagenda of het heen-en-weerschrift. De ouders ondertekenen voor gezien.
* De leerkracht en/of de directeur nemen contact op met de ouders en bespreken het gedrag van de leerling. Het verslag van deze bespreking wordt door de ouders ondertekend voor gezien.
* Een preventieve schorsing is een uitzonderlijke maatregel die de directeur voor een leerplichtige leerling in het lager onderwijs kan hanteren als bewarende maatregel om de leefregels te handhaven en om te kunnen nagaan of een tuchtsanctie aangewezen is. * De leerling mag gedurende maximaal vijf opeenvolgende schooldagen de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet volgen. De directeur kan, mits motivering aan de ouders, beslissen om die periode eenmalig met maximaal vijf opeenvolgende schooldagen te verlengen indien door externe factoren het tuchtonderzoek niet binnen die eerste periode kan worden afgerond.
* De preventieve schorsing kan onmiddellijk uitwerking hebben en de school stelt de ouders in kennis van de preventieve schorsing.
* De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.

Indien vermelde maatregelen niet het gewenste effect hebben, kan een individueel begeleidingsplan met meer bindende gedragsregels worden vastgelegd door de directeur.
Dit moet ertoe bijdragen dat een goede samenwerking met personeelsleden en/of medeleerlingen opnieuw mogelijk wordt.
Dit begeleidingsplan wordt opgesteld door de groepsleerkracht, de zorgcoördinator en de directeur. Het wordt steeds besproken met de ouders. Het wordt van kracht van zodra de ouders het begeleidingsplan ondertekenen voor akkoord.
Indien de ouders niet akkoord gaan met het individueel begeleidingsplan, kan de directeur onmiddellijk overgaan tot het opstarten van een tuchtprocedure.

Tegen geen enkele van deze maatregelen is er beroep mogelijk.

2.8.3   Tuchtmaatregelen: tijdelijke en definitieve uitsluiting van
leerlingen

Het onbehoorlijk gedrag van een leerling kan uitzonderlijk een tuchtmaatregel noodzakelijk maken.
Een tuchtmaatregel kan worden opgelegd indien de leerling:
– het verstrekken van opvoeding en onderwijs in gevaar brengt;
– de verwezenlijking van het pedagogisch project van de school in het gedrang brengt;
– ernstige of wettelijk strafbare feiten pleegt;
– zich niet houdt aan het eventueel opgesteld individueel begeleidingsplan;
– de naam van de school of de waardigheid van het personeel aantast;
– de school materiële schade toebrengt.
Tuchtmaatregelen zijn:
Tijdelijke uitsluiting
De directeur kan, in uitzonderlijke gevallen, een leerplichtige leerling in het lager onderwijs tijdelijk uitsluiten. Een tijdelijke uitsluiting is een tuchtsanctie die inhoudt dat de gesanctioneerde leerling gedurende minimaal één schooldag en maximaal vijftien opeenvolgende schooldagen de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet mag volgen. Een nieuwe tijdelijke uitsluiting kan enkel na een nieuw feit. De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.Definitieve uitsluiting
De directeur kan, in uitzonderlijke gevallen, een leerplichtige leerling in het lager onderwijs definitief uitsluiten. Een definitieve uitsluiting is een tuchtsanctie die inhoudt dat de gesanctioneerde leerling wordt uitgeschreven op het moment dat die leerling in een andere school is ingeschreven en uiterlijk één maand, vakantieperioden tussen 1 september en 30 juni niet inbegrepen.
In afwachting van een inschrijving in een andere school mag de gesanctioneerde leerling de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet volgen. De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.
Er is geen mogelijkheid tot collectieve uitsluiting: elke leerling wordt afzonderlijk behandeld.
Het schoolbestuur kan de inschrijving weigeren in een school waar de betrokken leerling het huidige, vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar definitief werd uitgesloten.
2.8.4   Tuchtprocedure

De directeur kan beslissen tot een tijdelijke of definitieve uitsluiting.
De directeur volgt daarbij volgende procedure:
1° het voorafgaandelijke advies van de klassenraad moet worden ingewonnen. In geval van de intentie tot een definitieve uitsluiting moet de klassenraad uitgebreid worden met een vertegenwoordiger van het CLB die een adviserende stem heeft;
2° de intentie tot een tuchtmaatregel wordt na bijeenkomst van de klassenraad aangetekend aan de ouders bezorgd, binnen de drie schooldagen. De school verwijst in de kennisgeving naar de mogelijkheid tot inzage in het tuchtdossier, met inbegrip van het advies van de klassenraad. Dit gebeurt op afspraak.
De ouders hebben het recht om te worden gehoord, eventueel bijgestaan door een vertrouwenspersoon.
Dit gesprek moet uiterlijk vijf schooldagen na ontvangst van de kennisgeving plaatsvinden.
3° De tuchtstraf moet in overeenstemming zijn met de ernst van de feiten.
4° De genomen beslissing van de directeur wordt schriftelijk gemotiveerd en binnen de drie schooldagen aangetekend aan de ouders bezorgd. In dit aangetekend schrijven wordt de mogelijkheid vermeld tot het instellen van het beroep, alsook de bepalingen uit het schoolreglement die hier betrekking op hebben.
2.8.5   Tuchtdossier

Een tuchtdossier van een leerling wordt opgesteld en bijgehouden door de directeur.

Het tuchtdossier omvat een opsomming van:

de gedragingen;
de reeds genomen ordemaatregelen;
de gedragingen die niet overeenstemmen met het individueel begeleidingsplan;
de reacties van de ouders op eerder genomen maatregelen;
het gemotiveerd advies van de klassenraad;
het tuchtvoorstel en de bewijsvoering ter zake.

2.8.6   Beroepsprocedure tegen tijdelijke uitsluiting

Ouders kunnen een beslissing tot tijdelijke uitsluiting betwisten en kunnen een beroepsprocedure instellen. De ouders stellen het beroep in bij het schoolbestuur.
Dit beroep moet binnen de vijf schooldagen na kennisneming van de feiten aangetekend ingediend worden bij het schoolbestuur.
Het beroep:
– wordt gedateerd en ondertekend
– vermeldt ten minste het voorwerp van beroep met omschrijving en motivering van de ingeroepen bezwaren.
– kan aangevuld worden met overtuigingsstukken
Het beroep wordt behandeld door een beroepscommissie, opgericht door het schoolbestuur.
De beroepscommissie bestaat uit een delegatie van interne leden en wordt in functie van een concreet beroep samengesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Het beroep door een beroepscommissie kan leiden tot:
1° de gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van onontvankelijkheid als:
a) de in het schoolreglement opgenomen termijn voor indiening van het beroep is overschreden;
b) het beroep niet voldoet aan de vormvereisten opgenomen in het schoolreglement;
2° de bevestiging van de tijdelijke uitsluiting
3° de vernietiging van de tijdelijke uitsluiting.
De werking van de beroepscommissie:

Het schoolbestuur bepaalt de werking, met inbegrip van de stemprocedure, van een beroepscommissie:

elk lid van een beroepscommissie is stemgerechtigd; bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend;
elk lid van een beroepscommissie is aan discretieplicht onderworpen;
een beroepscommissie hoort de ouders in kwestie;
een beroepscommissie beslist autonoom over de stappen die worden gezet om tot een gefundeerde beslissing te komen, waaronder eventueel het horen van een of meer leden van de klassenraad die een advies over de tijdelijke uitsluiting heeft gegeven;
de werking van een beroepscommissie kan geen afbreuk doen aan de statutaire rechten van de individuele personeelsleden van het onderwijs;
een beroepscommissie oordeelt of de genomen beslissing alleszins in overeenstemming is met de decretale en reglementaire onderwijsbepalingen en met het schoolreglement.
Het schoolbestuur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor deze beslissing van de beroepscommissie.

Het resultaat van het beroep wordt gemotiveerd en aangetekend aan de ouders bezorgd, binnen de drie schooldagen na de beslissing van de beroepscommissie.
Bij overschrijding van deze vervaltermijn is de omstreden tijdelijke uitsluiting van rechtswege nietig.

2.8.7  Beroepsprocedure tegen definitieve uitsluiting

  • 1 Ouders kunnen een beslissing tot definitieve uitsluiting betwisten en kunnen een beroepsprocedure instellen. De ouders stellen het beroep in bij het schoolbestuur.

Dit beroep moet binnen de vijf schooldagen na kennisneming van de feiten aangetekend ingediend worden bij het schoolbestuur.

Het beroep:

– wordt gedateerd en ondertekend;

– vermeldt ten minste het voorwerp van beroep met omschrijving en motivering van de ingeroepen bezwaren;

– kan aangevuld worden met overtuigingsstukken;

– eventuele bijkomende vormvereisten kunnen hier opgenomen worden.

  • 2 Het beroep wordt behandeld door een beroepscommissie, opgericht door het schoolbestuur.
  • 3 De beroepscommissie bestaat uit een delegatie van 2 externe leden en een delegatie van 2 interne leden en wordt in functie van een concreet beroep samengesteld door het college van burgemeester en schepenen.
  • 4 De voorzitter wordt door het College van burgemeester en schepenen onder de externe leden aangeduid

Het schoolbestuur bepaalt de samenstelling van de beroepscommissie, met inachtneming van volgende bepalingen:

1° de samenstelling van de beroepscommissie kan per te behandelen dossier verschillen, maar kan binnen het te behandelen dossier niet wijzigen;

2° de samenstelling is als volgt:

– “interne leden” zijn de leden intern aan het schoolbestuur of intern aan de school waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen, met uitzondering van de directeur die de beslissing heeft genomen;

– “externe leden” zijn de personen die extern zijn aan het schoolbestuur en extern aan de school waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen.

In voorkomend geval en voor de toepassing van deze bepalingen:

  1. a) wordt een persoon die vanuit zijn hoedanigheden zowel een intern lid als een extern lid is, geacht een intern lid te zijn;
  2. b) wordt een lid van de ouderraad of, met uitzondering van het personeel, de school- raad van de school waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen, geacht een extern lid te zijn, tenzij de bepaling vermeld in punt a) van toepassing is;

De werking van de beroepscommissie

Het schoolbestuur bepaalt de werking, met inbegrip van de stemprocedure, van een beroepscommissie, met inachtneming van volgende bepalingen:

1° elk lid van een beroepscommissie is in beginsel stemgerechtigd, met dien verstande dat bij stemming het aantal stemgerechtigde interne leden van de beroepscommissie en het aantal stemgerechtigde externe leden van de beroepscommissie gelijk moet zijn; bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend;

2° elk lid van een beroepscommissie is aan discretieplicht onderworpen;

3° een beroepscommissie hoort de ouders in kwestie;

4° een beroepscommissie beslist autonoom over de stappen die worden gezet om tot een gefundeerde beslissing te komen, waaronder eventueel het horen van een of meer leden van de klassenraad die een advies over de definitieve uitsluiting heeft gegeven;

5° de werking van een beroepscommissie kan geen afbreuk doen aan de statutaire rechten van de individuele personeelsleden van het onderwijs;

6° een beroepscommissie oordeelt of de genomen beslissing alleszins in overeenstemming is met de decretale en reglementaire onderwijsbepalingen en met het schoolreglement.

Het schoolbestuur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor deze beslissing van de beroepscommissie

  • 5 Het beroep door een beroepscommissie kan leiden tot:

1° de gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van onontvankelijkheid als:

  1. a) de in het schoolreglement opgenomen termijn voor indiening van het beroep is overschreden;
  2. b) het beroep niet voldoet aan de vormvereisten opgenomen in het schoolreglement;

2° de bevestiging van de definitieve uitsluiting,

3° de vernietiging van de definitieve uitsluiting.

  • 6 Het resultaat van het beroep wordt gemotiveerd en aangetekend aan de ouders bezorgd binnen de drie schooldagen na de beslissing van de beroepscommissie. . Bij de kennisgeving van de beslissing moeten de beroepsmogelijkheden bij de Raad van State worden vermeld .
  • 7 Bij overschrijding van deze vervaltermijn is de omstreden definitieve uitsluiting van rechtswege nietig.
  • 8 Het beroep schort de uitvoering van de beslissing tot definitieve uitsluiting niet op.

2.9   Getuigschrift basisonderwijs

2.9.1   Het getuigschrift toekennen

Het schoolbestuur kan een getuigschrift basisonderwijs uitreiken, op voordracht en na beslissing van de klassenraad
Het getuigschrift wordt toegekend uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar, of na een beroepsprocedure.

De regelmatige leerling ontvangt het getuigschrift basisonderwijs indien uit het leerlingendossier blijkt dat de leerling bij het voltooien van het lager onderwijs de doelen opgenomen in het leerplan in voldoende mate heeft bereikt.

2.9.2   Het getuigschrift niet toekennen

Als de klassenraad het getuigschrift niet toekent, motiveert hij zijn beslissing op basis van het leerlingendossier en deelt het schoolbestuur dit uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar aangetekend mee aan de ouders.

  • Een leerling die geen getuigschrift basisonderwijs behaalt, ontvangt een getuigschrift dat aangeeft welke doelen de leerling wel bereikt heeft. Dit is een getuigschrift van bereikte doelen

Ouders die niet akkoord gaan met deze beslissing, kunnen uiterlijk binnen de drie werkdagen een overleg vragen met de directeur. De bedoeling van dit overleg is om alsnog tot een overeenkomst te komen zonder dat de formele beroepsprocedure opgestart moet worden.

Dit overleg vindt plaats binnen de twee werkdagen na de aanvraag tot gesprek.
De school kan dit overleg niet weigeren en er moet een schriftelijk verslag van gemaakt worden.
In dit verslag wordt meteen opgenomen of de directeur de klassenraad al dan niet opnieuw samenroept.

Wanneer de ouders niet akkoord gaan met de beslissing (hetzij om de klassenraad niet bijeen te roepen, hetzij om het getuigschrift niet toe te kennen), dan wijst de school de ouders schriftelijk op de mogelijkheid tot beroep bij de beroepscommissie.

Indien de klassenraad bij zijn oorspronkelijke beslissing blijft, wordt zij opnieuw gemotiveerd en door het schoolbestuur aangetekend meegedeeld aan de ouders, uiterlijk binnen de drie werkdagen. Wanneer de ouders niet akkoord gaan met de beslissing dan wijst de school de ouders schriftelijk op de mogelijkheid tot beroep bij de beroepscommissie.

2.9.3   Beroepsprocedure

  • 1 Ouders kunnen het niet toekennen van een getuigschrift door de klassenraad betwisten en kunnen een beroepsprocedure instellen, na voorgaande stappen, zoals beschreven in 2.9.2.

Dit beroep moet door de ouders aangetekend en binnen de vijf werkdagen ingediend worden bij het schoolbestuur.

Het beroep:

– wordt gedateerd en ondertekend;

– vermeldt ten minste het voorwerp van beroep met omschrijving en motivering van de ingeroepen bezwaren;

– kan aangevuld worden met overtuigingsstukken;

  • 2 Het beroep wordt behandeld door een beroepscommissie, opgericht door het schoolbestuur.

De beroepscommissie bestaat uit een delegatie van 2 externe leden en een delegatie van 2 interne leden en wordt in functie van een concreet beroep samengesteld door het college van burgemeester en schepenen. Tijdens het behandelen van een beroep, is er geen wisseling van leden toegestaan.

De samenstelling van de beroepscommissie:

– “interne leden” zijn de leden van de klassenraad zesde leerjaar: de leerkrachten van het zesde leerjaar, de zorgcoördinator, de beleidsondersteuner en de directeur.

– “externe leden” zijn de personen die extern zijn aan het schoolbestuur en de school.
Te kiezen uit: één van de directeurs van een andere school uit de Scholengemeenschap MERKpunt, één uit de leden van de geleding lokale gemeenschap van de schoolraad of een zorgcoördinator of een leerkracht zesde leerjaar van een andere school binnen MERKpunt.

– de voorzitter wordt door het schoolbestuur onder de externe leden aangeduid.

Het schoolbestuur bepaalt de werking, met inbegrip van de stemprocedure, van een beroepscommissie.

De werking van de beroepscommissie:
– elk lid van een beroepscommissie is stemgerechtigd; bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend;

– elk lid van een beroepscommissie is aan discretieplicht onderworpen;

– een beroepscommissie hoort de ouders in kwestie;

– een beroepscommissie beslist autonoom over de stappen die worden gezet om tot een gefundeerde beslissing te komen, waaronder eventueel het horen van een of meer leden van de klassenraad die het getuigschrift basisonderwijs niet toegekend heeft;

– de werking van een beroepscommissie kan geen afbreuk doen aan de statutaire rechten van de individuele personeelsleden van het onderwijs;

– een beroepscommissie oordeelt of de genomen beslissing alleszins in overeenstemming is met de reglementaire onderwijsbepalingen en met het schoolreglement.

  • 3 De beroepscommissie komt bijeen uiterlijk tien werkdagen na het ontvangen van het beroep.

De beroepsprocedure wordt voor de duur van zes weken opgeschort met ingang van 11 juli.

  • 4 Het beroep door een beroepscommissie kan leiden tot:
    1° de gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van            onontvankelijkheid als:
  1. a) de in het schoolreglement opgenomen termijn voor indiening van het beroep is overschreden;
  2. b) het beroep niet voldoet aan de vormvereisten opgenomen in het schoolreglement;

2° de bevestiging van het niet toekennen van het getuigschrift      basisonderwijs;

3° de toekenning van het getuigschrift basisonderwijs.

Het schoolbestuur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor de beslissing             van de beroepscommissie.

  • 5 Het resultaat van het beroep wordt gemotiveerd en aangetekend aan de ouders bezorgd uiterlijk op 15 september daaropvolgend met vermelding van de verdere beroepsmogelijkheid bij de Raad van State.

In de mate van het mogelijke wordt de beslissing vroeger dan de eerste schooldag van september genomen, zodat de leerling op 1 september het schooljaar kan beginnen.

  • 6 De ouders kunnen zich gedurende de procedure laten bijstaan door een raadsman. Dit kan geen personeelslid van de school zijn.

2.9.4 Specifieke bepalingen over het getuigschrift

Iedere leerling die bij het voltooien van het lager onderwijs geen getuigschrift basisonderwijs krijgt, heeft recht op een schriftelijke motivering met vermelding van bijzondere aandachtspunten voor de verdere schoolloopbaan. De directie geeft ook een verklaring met de vermelding van het aantal gevolgde schooljaren lager onderwijs.

Het meegeven van het getuigschrift en rapport kan om geen enkele reden worden ingehouden, ook niet bij verzuim door de ouders van hun financiële verplichtingen.

2.10 Onderwijs aan huis en synchroon internetonderwijs

  • 1 Het onderwijs aan huis en synchroon internetonderwijs is kosteloos.
  • 2 Een kind dat ten laatste op 31 december van het lopende schooljaar vijf jaar wordt of ouder is dan vijf, heeft recht op tijdelijk onderwijs aan huis, synchroon internetonderwijs of een combinatie van beide, indien volgende voorwaarden gelijktijdig zijn vervuld:

-de leerling is meer dan eenentwintig opeenvolgende kalenderdagen afwezig wegens ziekte of ongeval, of de leerling is chronisch ziek en is negen halve dagen afwezig;
-de ouders dienen een schriftelijke aanvraag, vergezeld van een medisch attest, in bij de directeur. Uit het medisch attest blijkt dat de leerling de school niet kan bezoeken en dat het toch onderwijs mag volgen;
-de afstand tussen de school en de verblijfplaats van de betrokken leerling bedraagt ten hoogste tien kilometer.

  • 3 De aanvraag voor tijdelijk onderwijs aan huis, synchroon internetonderwijs of een combinatie van beide gebeurt door de ouders, per brief of via een specifiek aanvraagformulier. Bij de aanvraag voegen de ouders een medisch attest waarop wordt vermeld:

– dat het kind langer dan 21 kalenderdagen afwezig is wegens ziekte of ongeval;

– de vermoedelijke duur van de afwezigheid;

– dat het kind de school niet kan bezoeken, maar toch onderwijs aan huis mag volgen.

Bij chronisch zieke kinderen volstaat een medisch attest van een geneesheer-specialist met de verklaring dat de leerling lijdt aan een chronische ziekte en dat de behandeling minstens 6 maanden zal duren.

  • 4 Indien aan al deze voorwaarden is voldaan, zal de school de dag na het ontvangen van de aanvraag en vanaf de tweeëntwintigste kalenderdag afwezigheid en voor de verdere duur van de afwezigheid van het kind, voor vier lestijden per week onderwijs aan huis verstrekken, synchroon internetonderwijs of een combinatie van beiden.

Bij chronisch zieke kinderen is onderwijs aan huis, synchroon internetonderwijs of een combinatie van beiden mogelijk telkens het kind negen halve dagen (hoeven niet aan te sluiten) afwezig was.

  • 5 Bij verlenging van de afwezigheid moeten de ouders opnieuw een schriftelijke aanvraag, vergezeld van een medisch attest, indienen bij de directeur.

Bij chronisch zieke leerlingen hoeft er niet telkens opnieuw een medisch attest voorgelegd worden en volstaat een schriftelijke aanvraag van de ouders.

  • 6 Kinderen die na een periode van onderwijs aan huis de school hervatten, maar binnen een termijn van 3 maanden opnieuw afwezig zijn wegens ziekte, hebben onmiddellijk recht op onderwijs aan huis, synchroon internetonderwijs of een combinatie van beiden. Wel moet het onderwijs aan huis opnieuw worden aangevraagd.
  • 7 De concrete organisatie wordt bepaald na overleg met de directeur.

2.11 Schoolraad, oudervereniging en leerlingenraad

De schoolraad wordt samengesteld uit vertegenwoordigers van de volgende geledingen:

1° de ouders;

2° het personeel;

3° de lokale gemeenschap

Er wordt een ouderraad opgericht, wanneer ten minste tien procent van de ouders erom vraagt. Het moet gaan over ten minste drie ouders.
De leden van de ouderraad worden verkozen door en uit de ouders. Iedere ouder kan zich verkiesbaar stellen en kan één stem uitbrengen. De stemming is geheim.
De school richt een leerlingenraad op als ten minste 10% van de leerlingen van het vijfde en zesde leerjaar er om vragen.

2.12      Leerlingengegevens, privacy en gegevensbescherming

2.12.1 Gegevensbescherming en informatieveiligheid

De school verwerkt persoonsgegevens van leerlingen en ouders in het kader van haar opdracht. Het schoolbestuur is de eindverantwoordelijke voor deze verwerking en de veiligheid ervan.

Het schoolbestuur en de school leven de verplichtingen na die voortvloeien uit de regelgeving inzake privacy en gegevensbescherming en gaan zorgvuldig om met deze persoonsgegevens. Het schoolbestuur zorgt voor een afdoend niveau van gegevensbescherming en informatieveiligheid. Het beschikt hiervoor over een informatieveiligheidsconsulent. De school heeft een aanspreekpunt dat in contact staat met de informatieveiligheidsconsulent en betrokken wordt in het informatieveiligheidsbeleid van het schoolbestuur (wat onderwijs betreft).

De school zal enkel gegevens verwerken met de toestemming van de ouders, tenzij er een andere wettelijke grondslag is voor de verwerking. Deze toestemming moet vrij, specifiek, geïnformeerd en ondubbelzinnig zijn. Over het gebruik van social media in de klas worden afspraken gemaakt.

De school is transparant over de verwerking van persoonsgegevens en verstrekt de nodige informatie, al dan niet in detail, met inbegrip van de afspraken die gemaakt zijn met derden en bewerkers die persoonsgegevens ontvangen.

Verder hanteert de school een strikt beleid inzake toegangsrechten en paswoorden en reageert ze adequaat op datalekken.

  • De meer concrete regels voor de gegevensverwerking en bescherming worden vastgelegd in een privacyverklaring die tot doel heeft:
  • de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen te beschermen tegen verkeerd en onbedoeld gebruik van de persoonsgegevens;
  • vast te stellen welke persoonsgegevens worden verwerkt en met welk doel dit gebeurt;
  • de zorgvuldige verwerking van persoonsgegevens te waarborgen;
  • de rechten van betrokkene te waarborgen.

De meest recente versie van deze privacyverklaring is te raadplegen via de website van het schoolbestuur.

2.12.2 Meedelen van leerlingengegevens aan ouders

Ouders hebben recht op inzage en recht op toelichting bij de gegevens die op de leerling betrekking hebben, waaronder de evaluatiegegevens, die worden verzameld door de school. Indien na de toelichting blijkt dat de ouders een kopie willen van de leerlingengegevens, hebben ze kopierecht.

Iedere kopie dient persoonlijk en vertrouwelijk behandeld te worden, mag niet verspreid worden noch publiek worden gemaakt en mag enkel gebruikt worden in functie van de onderwijsloopbaan van de leerling.

Ouders kunnen zich daarnaast beroepen op de wetgeving op openbaarheid van bestuur die voorziet in een recht op inzage, toelichting en/of kopie. Hiertoe richten ze een vraag tot de directeur, die samen met de informatieveiligheidsconsulent bekijkt of er toegang kan worden verleend.

Als een volledige inzage in de leerlingengegevens een inbreuk is op de privacy van een derde, dan wordt de toegang tot deze gegevens verstrekt via een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage.

12.3 Meedelen van leerlingengegevens aan derden

  • De school zal geen leerlingengegevens meedelen aan derden, tenzij voor de toepassing van een wettelijke of reglementaire bepaling of in het kader van een overeenkomst die de school afsluit met een verwerker voor leerplatformen, leerlingenvolgsystemen, leerlingenadministratie e.d.m.
  • Een gemeenteraadslid kan in het kader van zijn controlerecht inzage krijgen in gegevens van leerlingen op voorwaarde dat deze gegevens noodzakelijk zijn om het controlerecht effectief uit te kunnen oefenen (aftoetsen van finaliteit, proportionaliteit, transparantie en veiligheid).
  • Ook in het kader van het lidmaatschap bij de Onderwijskoepel van Steden en Gemeenten (OVSG) en de daaruit voortvloeiende dienstverlening kunnen er leerlingengegevens worden meegedeeld.

Bij verandering van school door een leerling worden tussen de betrokken scholen   leerlingengegevens overgedragen naar de nieuwe school op voorwaarde dat:

1° de gegevens enkel betrekking hebben op de leerlingspecifieke onderwijsloopbaan;
2° de overdracht gebeurt in het belang van de leerling;
3° ouders zich niet expliciet verzet hebben, tenzij de regelgeving de overdracht verplicht stelt.

De school nodigt ouders hiertoe uit op een overleg waarop de gegevens worden ingekeken en waarop samen overeengekomen wordt welke gegevens worden overgedragen.
Een kopie van een verslag of een gemotiveerd verslag van een CLB moet verplicht overgedragen worden van de oude school naar de nieuwe school. Ouders kunnen zich tegen deze overdrachten niet verzetten.

  • Gegevens die betrekking hebben op schending van leefregels door de leerling mogen nooit aan de nieuwe school doorgegeven worden.

12.4 Geluids- en beeldmateriaal gemaakt door de school
De school kan geluids- en beeldmateriaal van leerlingen maken en publiceren.

Voor het maken en publiceren van niet-gericht geluids- en beeldmateriaal in schoolgerelateerde publicaties zoals de website van de school of gemeente, publicaties die door de school of gemeente worden uitgegeven, wordt de toestemming van de leerlingen/ouders vermoed. Onder niet-gericht geluids- en beeldmateriaal verstaan we geluids- en beeldmateriaal dat een eerder spontane, niet geposeerde sfeeropname weergeeft zonder daarvoor specifiek één of enkele personen eruit te lichten. Het gaat bijvoorbeeld om een groepsfoto tijdens een activiteit van de school. De betrokken leerlingen/ouders kunnen schriftelijk hun toestemming weigeren.

Voor het maken en publiceren van gericht geluids- en beeldmateriaal zal voorafgaandelijk de toestemming van de leerling/ouders worden gevraagd. Hierbij worden het soort geluids- of beeldmateriaal, de verspreidingsvorm en het doel gespecificeerd.

2.13 Absoluut en permanent algemeen rookverbod
Er is een absoluut en permanent verbod op het roken van tabak of van soortgelijke producten (onder andere de shisha pen, de e-sigaret of heatsticks,…)

Dit verbod geldt binnen de volledige instelling, met inbegrip van zowel de gebouwen als de speelplaatsen, sportterreinen en andere open ruimten.Er is eveneens een absoluut en permanent verbod op het roken van tabak of van soortgelijke producten tijdens extramuros-activiteiten.

Bij overtreding van deze bepaling
– zal de leerling gesanctioneerd worden volgens het orde- en tuchtreglement opgenomen in dit schoolreglement;
– zullen ouders en/of bezoekers verzocht worden te stoppen met roken of het schooldomein te verlaten.